Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],geboren op [geboortedatum]
[naam],
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Syrische nationaliteit, dienden op 29 juni 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De staatssecretaris had volgens de Vreemdelingenwet binnen 90 dagen moeten beslissen, maar liet dit na. Eisers stelden de staatssecretaris op 10 januari 2024 in gebreke en gingen op 9 februari 2024 in beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op 27 december 2023 was verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Omdat de staatssecretaris geen verweerschrift indiende en geen bijzondere omstandigheden aanvoerde, verklaart de rechtbank het beroep gegrond zonder zitting. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €7.500. De proceskosten van eisers worden vastgesteld op €437,50 en het verzoek om griffierechtvrijstelling wordt definitief toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.