ECLI:NL:RBDHA:2024:6165
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit nareisaanvraag en oplegging dwangsom
Eiseres diende op 25 mei 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, waarop eiseres de staatssecretaris op 5 januari 2024 in gebreke stelde en vervolgens op 12 februari 2024 beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is. Omdat de staatssecretaris geen verweerschrift heeft ingediend, zijn er geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigen.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.