Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 6 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Rechtbank Den Haag
De vader verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de verhuizing van zijn minderjarige dochter naar Italië en haar inschrijving op een internationale school aldaar. De moeder verzette zich hiertegen en verzocht voorwaardelijk dat de hoofdverblijfplaats bij haar in Indonesië zou komen te liggen.
De rechtbank nam kennis van de feiten dat de ouders gezamenlijk gezag hebben en dat de dochter vanwege het gewenste International Baccalaureate Diploma Programma (IBDP) van school moet wisselen. De vader onderbouwde dat de school in Italië het beste aansluit bij de wensen van de dochter en dat de verhuizing goed voorbereid is met een netwerk en passende woonruimte.
De moeder stelde dat de dochter de consequenties van verhuizing niet overziet, bezwaar had tegen de katholieke signatuur van de school en dat de rechterlijke bevoegdheid verloren zou gaan. De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat de verhuizing en schoolkeuze in het belang van de dochter zijn, mede gelet op haar internationale achtergrond en beperkte binding met Nederland.
De rechtbank wees het verzoek van de vader toe, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de vader om met zijn dochter naar Italië te verhuizen en haar in te schrijven op de internationale school aldaar.