ECLI:NL:RBDHA:2024:6222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinoverdracht aan Frankrijk
Eiser, een asielzoeker van Tsjadische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk nog geldt en of er sprake is van een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest bij overdracht.
De rechtbank stelt vast dat ondanks de bestaande opvangproblemen in Frankrijk, deze niet zodanig structureel en ernstig zijn dat zij een schending van fundamentele rechten opleveren. Het aangevoerde rapport van Le Contrôleur général des lieux de privation de liberté uit 2021 bevat geen recente of wezenlijk andere informatie dan eerdere rapportages. Ook het arrest M.K. tegen Frankrijk betreft een specifieke situatie die niet vergelijkbaar is met de casus van eiser.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij geen bescherming kan verwachten tegen personen of organisaties waarvoor hij vreest. De rechtbank ziet geen reden om de asielaanvraag zelf in behandeling te nemen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de overdracht aan Frankrijk blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling; overdracht aan Frankrijk blijft in stand.