ECLI:NL:RBDHA:2024:6259
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige Somalische jongen wegens ongeloofwaardig Al-Shabaab relaas
Een minderjarige Somalische jongen diende op 2 april 2023 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris op 4 maart 2024 werd afgewezen als ongegrond. De staatssecretaris verleende hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege zijn minderjarigheid en lopend onderzoek naar opvang in Somalië.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 maart 2024 en beoordeelde de geloofwaardigheid van het asielrelaas, waarin de jongen verklaarde dat hij problemen had met Al-Shabaab omdat hij weigerde een tas mee te nemen naar een ambtenaar. De rechtbank vond het relaas tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd, met wisselende verklaringen over de wijze van benadering, de opdracht en de duur van zijn detentie.
Ook de stelling dat hij vanwege zijn stam discriminatie ondervond, leidde niet tot een andere uitkomst. De rechtbank volgde de staatssecretaris dat de discriminatie niet zodanig ernstig was dat dit tot maatschappelijke onmogelijkheid leidde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag definitief afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over problemen met Al-Shabaab.