ECLI:NL:RBDHA:2024:6311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen op nareisaanvraag
Eiseres diende op 24 juli 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen beslist, ondanks een ingebrekestelling van eiseres op 26 januari 2024.
Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 voor elke dag dat de beslissing uitblijft na de gestelde termijn. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres en het griffierecht wordt definitief kwijtgescholden vanwege betalingsonmacht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.