ECLI:NL:RBDHA:2024:6330
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens erkende vluchtelingenstatus in Koerdische Autonome Regio Irak
Eiser, van Syrische nationaliteit en Koerdische etniciteit, heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar zijn aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij reeds een vluchtelingenstatus bezit in de Koerdische Autonome Regio (KAR) in Irak. De rechtbank oordeelt dat eiser opnieuw toegang tot de KAR kan krijgen en daar voldoende bescherming geniet, waaronder het beginsel van non-refoulement.
Eiser voerde aan dat de situatie in de KAR onveilig is en verwees naar rapporten van de Norwegian Refugee Council en een UNHCR expert opinion, maar de rechtbank vond deze informatie niet overtuigend voor een ander oordeel. Ook de stelling dat eiser zijn verblijfskaart via bemiddelaars verkreeg, werd verworpen omdat het pasje als authentiek is beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar gehandhaafd blijven. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep is behandeld en geen aanleiding bestaat voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.