ECLI:NL:RBDHA:2024:6367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank oordeelt dat Nederland op grond van de Dublinverordening terecht het verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende objectief bewijs geleverd om aan te tonen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt, ondanks zijn beweringen over slechte behandeling, gebrek aan opvang, rechtsbijstand en tolken.
Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig zijn die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen, zoals de afhankelijkheid van zijn minderjarige neef of familiehereniging met zijn broer in Nederland. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de staatssecretaris in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.