ECLI:NL:RBDHA:2024:6378
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verwijzing naar Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. De reden hiervoor is dat Duitsland verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 12 maart 2024 behandeld. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met een waarnemer van zijn gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu er al een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.6677), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.