ECLI:NL:RBDHA:2024:6406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG wordt beëindigd. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de gevolgen van het besluit te voorkomen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, maar heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek afgewezen omdat inmiddels de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.9082). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het beëindigen van tijdelijke bescherming is afgewezen.