ECLI:NL:RBDHA:2024:6413
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf in nareisprocedure
Eiseres diende op 6 maart 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris moest binnen 90 dagen beslissen, maar liet dit na. Eiseres stelde de staatssecretaris op 19 september 2023 in gebreke en stelde op 8 december 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend en er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigen.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van € 437,50.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro, gezien het kennelijk gegrond zijn van het beroep. De rechtbank houdt rekening met de grote achterstanden bij de staatssecretaris in nareisprocedures, waardoor een termijn van acht weken wordt gesteld.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.