Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank bevestigt dat Nederland terecht een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan, dat door Frankrijk is geaccepteerd.
Eiser voert aan dat de opvangvoorzieningen in Frankrijk ontoereikend zijn en dat terugsturen in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest vanwege het risico op onmenselijke behandeling. Hij baseert zich op rapporten en nieuwsberichten die een slechte opvangsituatie schetsen. De rechtbank overweegt dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel de staatssecretaris ervan uit mag gaan dat Frankrijk zijn verplichtingen nakomt, tenzij eiser aannemelijk maakt dat sprake is van ernstige systeemfouten.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende nieuwe en concrete informatie heeft aangeleverd die afwijkt van eerdere rapporten die al door de Afdeling Bestuursrechtspraak zijn beoordeeld. Daarnaast is niet gebleken dat klagen bij Franse autoriteiten onmogelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.