ECLI:NL:RBDHA:2024:6418
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker stelde op 7 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 maart 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een beslissing genomen en de aanvraag ingewilligd op 23 februari 2024. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. Op basis van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank een bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het aan de indiener van het beroep tegemoet is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen op de aanvraag. De gevorderde proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.