ECLI:NL:RBDHA:2024:6429
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf in nareisprocedure
Eiseres diende op 12 april 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris had volgens de Vreemdelingenwet binnen 90 dagen moeten beslissen, uiterlijk 11 oktober 2023. Ondanks een ingebrekestelling op 17 november 2023 werd geen besluit genomen.
Eiseres stelde vervolgens op 4 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De staatssecretaris diende geen verweerschrift in, waardoor de rechtbank het beroep zonder zitting behandelde en gegrond verklaarde. De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn was verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was.
De rechtbank beval de staatssecretaris om binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag vertraging tot een maximum van €7.500. Tevens werd de reeds verbeurde dwangsom vastgesteld op €1.442. De staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van €437,50. Het verzoek van eiseres tot griffierechtvrijstelling werd definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen acht weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.