ECLI:NL:RBDHA:2024:6430
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens te late beslissing op asielaanvraag
De zaak betreft een beroep van verzoeker tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag. Nadat de Staatssecretaris alsnog op 24 maart 2024 een inwilligend besluit nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe. Gezien het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag van € 875, resulterend in een vergoeding van € 437,50.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van verzoeker en wees erop dat indien men het niet eens is met de uitspraak, binnen zes weken een verzetschrift kan worden ingediend.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens te late beslissing op de asielaanvraag.