ECLI:NL:RBDHA:2024:6455
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling in asielprocedure
Eiser diende op 19 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 31 oktober 2023 vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het eerdere besluit van de staatssecretaris van 6 juni 2023 en de uitspraak van de rechtbank van 10 juli 2023.
Eiser stelde de staatssecretaris bij brief van 22 januari 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag en startte op 6 februari 2024 een beroep tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris voerde verweer.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die ook geldt voor het nieuwe besluit na vernietiging, nog niet was verstreken op het moment van ingebrekestelling. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb en is het kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.