ECLI:NL:RBDHA:2024:6456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 23 februari 2024. Tegen dit besluit is beroep ingesteld. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de rechtsgevolgen van het bestreden besluit zouden worden opgeschort totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag in de hoofdzaak heeft beslist, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.