Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster], verzoekers V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de behandeling van hun asielaanvragen volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met andere zaken op 12 maart 2024 behandeld, waarbij verzoekers niet aanwezig waren. De gemachtigde van de verweerder was wel aanwezig.
Gezien de uitspraak van de rechtbank op de beroepen in de gerelateerde zaken, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.