ECLI:NL:RBDHA:2024:6517
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting gemeente Leiden
Eiseres maakte bezwaar tegen meerdere naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Leiden omdat haar auto op diverse momenten zonder geldige vergunning of betaling geparkeerd stond aan een door de gemeente aangewezen parkeerlocatie.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd en dat de kosten niet hoger waren dan toegestaan volgens artikel 234 van Pro de Gemeentewet en het Besluit. Een kleine afwijking in de Verordening van €0,10 ten opzichte van het toegestane maximum van €66,50 leidde niet tot vernietiging van de aanslagen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres dat de Verordening onverbindend zou zijn en oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders discretionaire bevoegdheid heeft om coulance toe te passen, hetgeen niet door de rechtbank kan worden overgenomen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Postema op 17 april 2024 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.