Eiser maakte bezwaar tegen aanmaningskosten parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rijswijk. Verweerder stelde ter zitting dat zowel de aanmaningskosten als de onderliggende naheffingsaanslag moesten worden vernietigd. De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op een proceskostenvergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht met een waarde per punt van €310, het tarief voor belastingzaken.
De rechtbank wees een proceskostenvergoeding toe van €1.185, gebaseerd op de punten toegekend voor het indienen van bezwaarschrift, verschijnen ter zitting, indienen beroepschrift en verschijnen in beroepsfase, met de toepasselijke wegingsfactoren en tarieven. De uitspraak op bezwaar en de aanmaningskosten werden vernietigd.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht van €50 aan eiser. De wettelijke rentevergoeding vangt aan vier weken na de uitspraakdatum. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.