ECLI:NL:RBDHA:2024:6520

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2024
Publicatiedatum
1 mei 2024
Zaaknummer
SGR 23/1051
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting en toekenning proceskostenvergoeding

Eiser betwistte een door de gemeente Rijswijk opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting en maakte bezwaar tegen deze aanslag. Verweerder, de heffingsambtenaar, stelde zich ter zitting op het standpunt dat de naheffingsaanslag vernietigd moest worden, waardoor het geschil zich beperkte tot de hoogte van de proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op een proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij het tarief per punt voor belastingzaken van € 310 wordt gehanteerd. Een hoger tarief werd niet toegewezen, mede omdat de conclusie van de Advocaat-Generaal slechts een advies is en geen bindend recht.

De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op € 1.185, bestaande uit punten voor het indienen van het bezwaarschrift en beroepschrift, en het verschijnen ter zitting, met de toepasselijke wegingsfactoren en tarieven. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50 en werd bepaald dat de wettelijke rente vanaf vier weken na de uitspraak gaat lopen.

De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. Postema en griffier J.C.W. Wahls op 24 april 2024. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskostenvergoeding en griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 23/1051

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2024 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 10 januari 2023 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2024.
Namens eiser zijn verschenen [naam 1] en [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 3].

Overwegingen

1. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd. In geschil is nog de hoogte van de waarde per punt voor de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.
2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht recht op een proceskostenvergoeding in de bezwaarfase naar een waarde per punt van € 310, zijnde het tarief voor belastingzaken. Voor een hogere vergoeding bestaat geen aanleiding. De conclusie van de A-G waar eiser naar verwijst, is een advies aan de Hoge Raad en geen recht. Zolang de Hoge Raad niet anders beslist, hanteert de rechtbank een waarde per punt van € 310.
3. Gelet op wat onder 1 is vermeld, is het beroep gegrond. De rechtbank stelt de te vergoeden proceskosten op grond van het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.185 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 310 en een wegingsfactor 0,5, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag parkeerbelasting;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.185; en
  • draagt verweerder op om het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden;
  • bepaalt dat de termijn voor vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van
J.C.W. Wahls, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).