Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
De gronden van de maatregel van bewaring
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Op 22 februari 2024 plaatste de staatssecretaris eiser in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en vroeg tevens om schadevergoeding. De staatssecretaris hief de bewaring op 1 maart 2024 op. De rechtbank behandelde het beroep op 4 maart 2024.
Eiser voerde aan dat hij onrechtmatig enige tijd in een politiecel verbleef voordat hij werd overgebracht naar een gespecialiseerde inrichting, wat volgens hem in strijd was met EU-recht. De rechtbank oordeelde dat de overbrenging binnen 24 uur had plaatsgevonden en daarmee rechtmatig was. Daarnaast betwistte eiser de motivering en feitelijke juistheid van de gronden voor bewaring, waaronder het onttrekkingsrisico.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris de zware gronden onder 3a en 3c voldoende en feitelijk juist had gemotiveerd. Eiser was zonder geldig reisdocument Nederland binnengekomen en had geen gehoor gegeven aan een terugkeerbesluit. Dit rechtvaardigde de bewaring. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.