Verzoekster, van Ugandese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 24 november 2023 ambtshalve werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 7 februari 2024 kennelijk ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank onder zaaknummer NL24.9972.
Tegelijkertijd verzocht verzoekster de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en gezien deze uitspraak ziet zij geen aanleiding om een voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.