Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatsecretaris.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
€ 437,50.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf die door de staatssecretaris werd afgewezen op 30 september 2022. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde de staatssecretaris in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Nadat de staatssecretaris niet binnen de gestelde termijn had beslist, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn van negentien weken, vermeerderd met opschortingen en vertragingen, op het bezwaar heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris de termijn overschrijdt. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting wegens het kennelijk gegrond zijn van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen op het bezwaar, met oplegging van een dwangsom.