Eisers, allen van Syrische nationaliteit, dienden op 18 november 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, die door de staatssecretaris met drie maanden was verlengd, stelden eisers de staatssecretaris op 9 juni 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens werd op 26 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is. Gelet op eerdere jurisprudentie acht de rechtbank de situatie een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d Awb. Omdat het dossier mogelijk nog niet compleet is, krijgt de staatssecretaris een termijn van acht weken om alsnog te beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Tot slot wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50.