Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin de tijdelijke bescherming van eiser eindigt. Het bestreden besluit dateert van 21 februari 2024. Eiser heeft het beroepschrift pas op 15 april 2024 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van vier weken zoals voorgeschreven in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank toetst of de termijnoverschrijding verschoonbaar is volgens artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit niet rechtsgeldig zou zijn en dat in vergelijkbare zaken voorlopige voorzieningen werden toegewezen, maar deze argumenten zijn door de rechtbank onvoldoende geacht om de overschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb en openbaar gemaakt op 1 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.