ECLI:NL:RBDHA:2024:6608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermenswaardig gezinsleven
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel medische behandeling in Nederland. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat Nederland niet het meest aangewezen land is voor de behandeling en er geen sprake is van een beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen eiser en zijn moeder.
Eiser betoogt dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en dat verweerder een BMA-advies had moeten opvragen. De rechtbank oordeelt dat een dergelijk advies niet noodzakelijk is omdat eiser reeds behandeling ontvangt in Suriname en dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen beschermenswaardig gezinsleven is, mede omdat eiser en zijn moeder al ruim vijftien jaar apart wonen en eiser in Suriname sterke banden heeft.
De rechtbank weegt het belang van eiser af tegen het Nederlands algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid en concludeert dat verweerder alle relevante feiten heeft betrokken en een fair balance heeft gevonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.