ECLI:NL:RBDHA:2024:6609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering ontheffing inburgeringsvereiste voor verblijf als gezinslid
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor verblijf als familie- of gezinslid, welke door de staatssecretaris is afgewezen wegens het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste. Eiseres stelde dat zij vanwege haar leeftijd, analfabetisme en gezondheidsproblemen ontheffing van dit vereiste zou moeten krijgen. Tevens voerde zij aan dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro ondeugdelijk was.
De rechtbank constateert dat eiseres het inburgeringsexamen niet heeft behaald en onvoldoende inspanningen heeft geleverd om het examen succesvol af te leggen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die ontheffing rechtvaardigen.
Daarnaast is de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij onder meer het belang van integratie en de economische belangen van Nederland zijn meegewogen, niet onredelijk. Het feit dat het gezinsleven in Irak is ontstaan en dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven daar voort te zetten, speelt ook een rol.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Garabitian op 30 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor ontheffing van het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.