Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, werd op 20 maart 2024 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen, zich aan toezicht heeft onttrokken en niet over voldoende middelen van bestaan beschikt. Deze gronden waren voldoende om de bewaring te dragen. Een lichter middel werd als niet doeltreffend beschouwd, mede omdat eiser niet vrijwillig zou terugkeren naar zijn land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de medische omstandigheden van eiser voldoende had betrokken en dat er geen persoonlijke belangen waren die de bewaring onevenredig bezwarend maakten. De voortvarendheid van de staatssecretaris bij het indienen van het terugnameverzoek bij Zwitserland werd eveneens erkend.
Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden die de rechtmatigheid van de bewaring zouden ondermijnen, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.