ECLI:NL:RBDHA:2024:6645
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken procesbelang in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Tegen dit besluit stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 12 maart 2024 was de gemachtigde van verweerder aanwezig, maar verzoeker en zijn gemachtigde waren afwezig. Telefonisch werd toegelicht dat de gemachtigde geen contact meer had met verzoeker en niet wist waar hij verbleef.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, gelet op de eerdere vaststelling in een verwante zaak dat verzoeker geen procesbelang meer heeft, ook het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.