Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Op 5 maart 2024 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde onder meer aan dat de maatregel niet voldoende was gemotiveerd en dat de informatieplicht niet was nageleefd.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel wel degelijk met redenen was omkleed, ondanks dat niet expliciet was aangekruist op welke omstandigheden de maatregel was gebaseerd. De motivering maakte duidelijk dat er risico's bestonden dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
Wel stelde de rechtbank vast dat de staatssecretaris niet had voldaan aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat eiser niet schriftelijk en in een voor hem begrijpelijke taal was geïnformeerd over de redenen van de bewaring en zijn rechten. Dit gebrek leidde echter niet tot schending van zijn belangen, aangezien eiser vanaf het begin bijstand had van een gemachtigde die hem kon informeren en namens hem beroep had ingesteld.
De gronden voor de maatregel werden door eiser niet betwist en de rechtbank vond dat deze de maatregel konden dragen. Ambtshalve toetsing wees uit dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.