Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 1 maart 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens illegaal verblijf en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Hij voerde aan dat het terugkeerbesluit geen land van bestemming vermeldde, dat hij onrechtmatig in bewaring was gesteld vanwege een verblijf in een politiecel, en dat een lichter middel passend zou zijn vanwege familieleven in Frankrijk.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit wel degelijk Algerije als bestemming vermeldde en dat de overbrenging naar de speciale inrichting niet ter toetsing stond. De gronden voor bewaring, met name het illegaal verblijf en het niet melden na afloop van procedures, waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Het verzoek om een lichter middel werd afgewezen omdat eiser geen rechtmatig verblijf in Frankrijk kon aantonen en het risico op toezichtontduiking bleef bestaan.
Verder stelde eiser dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, maar de rechtbank vond dat de aanvraag voor een laissez-passer en geplande presentatie bij Algerijnse autoriteiten voldoende voortvarendheid toonden. De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.