ECLI:NL:RBDHA:2024:6721
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid en frustratie procedure
Eiser diende op 2 januari 2024 een asielaanvraag in, met als hoofdgrond zijn homoseksualiteit en als tweede motief de moord op zijn moeder. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser de aanvraag enkel indiende om uitzetting te voorkomen en dat hij niet geloofwaardig was over zijn nationaliteit en seksuele geaardheid.
Tijdens het gehoor werd eiser in Pidgin-Engels gehoord, ondanks zijn voorkeur voor Yoruba. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht van het Pidgin-Engels mocht uitgaan, omdat eiser deze taal voldoende beheerst en eerder ook in die taal was gehoord. Eiser weigerde echter verder te worden gehoord in Pidgin-Engels, waardoor hij niet is gehoord over zijn tweede asielmotief.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht aannam dat eiser de procedure frustreerde, gezien zijn wisselende verklaringen en het moment van aanvraag vlak voor uitzetting. De inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas over homoseksualiteit werd niet onrechtmatig bevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.