ECLI:NL:RBDHA:2024:6728
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin
Verzoeker, een Tunesische asielzoeker, had een verzoek ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had dit verzoek niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat er op dezelfde dag al een uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.4016), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is direct openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.