ECLI:NL:RBDHA:2024:6736
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 26 maart 2024, samen met een gerelateerde zaak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan op het beroep, er geen noodzaak meer is voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 22 april 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.