Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 9 maart 2024 direct na strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde dat er een procedureel gebrek was omdat geen formulier M105 was opgemaakt, maar de rechtbank oordeelde dat hij niet zonder geldige titel was vastgezet en dat het ontbreken van het formulier terecht was.
De staatssecretaris beriep zich op zware gronden (3a en 3b) en lichte gronden (4a en 4c) uit het Vreemdelingenbesluit, die eiser gemotiveerd betwistte. De rechtbank vond de motivering van de staatssecretaris voldoende en verwierp het verweer dat eiser als asielzoeker niet illegaal kon zijn binnengekomen. Ook het ontbreken van een vaste verblijfplaats werd als grond voor bewaring erkend.
Eiser voerde aan dat hij een vrouw en kind in Spanje heeft en dat de staatssecretaris onvoldoende op zijn persoonlijke omstandigheden heeft doorgevraagd. De rechtbank stelde vast dat dit pas laat werd gemeld zonder verifieerbare gegevens en dat geen rechtmatig verblijf in de EU bestond, waardoor geen lichter middel nodig was.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit en concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.