Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 2], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met gerelateerde zaken op 9 april 2024 behandeld. Verzoekers waren aanwezig met hun gemachtigde en een tolk. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak op de hoofdberoepen in de gerelateerde zaken is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 23 april 2024 door voorzieningenrechter M. Eversteijn, in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt afgewezen.