ECLI:NL:RBDHA:2024:6806
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 april 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen wegens verhindering.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, de voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 23 april 2024 in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.