Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De geldigheid van de dagvaarding
4.De bewijsbeslissing
daardoorniet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden en dat de verdachte daarvan ook op de hoogte was.
Uh, daar heb ik altijd al erg veel moeite mee gehad (onderdeel van autisme)”.Verder appt [naam] op 11 september 2021:
“fysiek blijft moeilijk voor mij (dat ligt niet aan jou, dat komt door m’n autisme) en dat weet je”.
Ik weet zoveel te praten maar op t moment dat het ‘moet’ lukt het niet. Achteraf heb ik spijt, diepe spijt”en op 9 augustus 2021 schrijft ze:
“En schiet ik, zoals je ziet meteen op slot”.
achterafwat zij wel en vooral niet prettig of ongemakkelijk vindt en wanneer dingen te snel (zijn) (ge)gaan. Zo schrijft zij onder andere op 8 mei 2021:
“Zover (in mijn ogen vind ik het ‘ver’) gaan volwassene niet… dus ik was helemaal in de war. Ja, en ik dacht: je bent je daar toch wel van bewust!? Rug (gwn over me shirt), haar, gezicht, vind ik echt niet erg weetje. Maar dat andere wordt toch erg ongemakkelijk voor mij, dat vind ik niet fijn.”En even later schrijft ze:
“Ik kom en of wil ook echt nog wel op schoot, maar dan wel echt met de voorwaarde dat het niet meer gebeurd. Normaal, over me trui en benen vind ik ook niet erg. Maar de rest is toch ongemakkelijk voor mij”. Vervolgens appt [naam] op 15 mei 2021 ten aanzien van aanrakingen:
“Daar heb ik over nagedacht! Mag je bewaren voor in je dromen. Liever in je dromen. Dat houd de sfeer gewoon prettiger”.Verder schrijft zij op 14 januari 2022:
“Ja, het is geen nieuws he dat ik nu vertel dat dat te snel ging he.”In reactie daarop schrijft de verdachte:
“Tegelijkertijd laat je me zelf op zoek gaan naar… En oog je op dat moment heel ontspannen. En nu geef je aan dat het tóch weer te snel ging. Dat begrijp ik dan dus niet.”Hierop reageert [naam] vervolgens met: “
Zei ik gisterenavond ook al tegen je. Ik kan dat op dat moment ook niet tegenhouden”.
Achterafwas ze dan (soms) wel in staat om aan de verdachte aan te geven dat ze bepaalde dingen niet prettig vond. Daaruit volgt dat zij op het moment zelf haar wil niet kenbaar kon maken en geen weerstand kon bieden tegen de verdachte. De verdachte wist dat ook, want hij maakte regelmatig opmerkingen over het wegkruipen en bevriezen, [naam] vertelde hem dat ook achteraf en hij was gezien de conversaties goed op de hoogte van wat het autisme van [naam] inhield. Daarbij neemt de rechtbank eveneens in aanmerking dat de verdachte dertig jaar ouder is dan [naam] en het contact begon toen zij nog heel jong was en aan het begin stond van haar seksuele ontwikkeling. Dat [naam] regelmatig meeging in seksueel getinte conversaties en soms het fysieke contact met de verdachte ook wel degelijk lijkt te hebben gewild, maakt het voorgaande niet anders. Uit de WhatsApp-gesprekken blijkt volgens de rechtbank immers onmiskenbaar dat [naam] bij veel van de ontmoetingen zodra het contact met de verdachte fysiek werd bevroor en achteraf aangaf het niet te hebben gewild. De verdachte had dan ook uit die keren dat het kennelijk wel goed ging niet kunnen afleiden dat het altijd goed was. Dat mocht hij evenmin uit de WhatsApp-gesprekken afleiden. Sterker nog, hij appte op enig moment zelf dat [naam] op de app anders was dan in het echt.
alleandere zaken wel uitgebreid, concreet en tot in detail werd geconverseerd. Dat levert de verwachting op dat ook over de andere (verdergaande) seksuele handelingen zou zijn gesproken. Gelet daarop ontbreekt bij de rechtbank de overtuiging dat de seksuele handelingen zoals ten laste gelegd onder feit 1 en de ontuchtige handelingen zoals ten laste gelegd onder gedachtestreepje zes en zeven onder feit 2 hebben plaatsgevonden.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Oplegging van de straf en maatregel
zijvervolgens misbruik heeft gemaakt van de situatie uitsluitend om aandacht te krijgen. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
8.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
10 (TIEN) MAANDEN;
4 (vier) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (twee) jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;