De rechtbank Den Haag behandelde een bodemzaak over de schadeloosstelling van perceelsgedeelten onteigend ten behoeve van de reconstructie van de N211. De perceelsgedeelten liggen buiten het hek van een hoogspanningsstation en zijn begroeid met gras, met bestemming 'groen' en dubbelbestemmingen voor hoogspanningsleiding en waterkering.
Deskundigen taxeerden de waarde van de perceelsgedeelten op €11,25 per m², wat neerkomt op 5% van de gemiddelde waarde van het gehele perceel (€225 per m²). De provincie vond deze waardering te hoog en stelde een symbolische waarde van 1% voor, terwijl Transportnet de waarde te laag vond en verwees naar hogere referentieprijzen. De rechtbank volgde het deskundigenadvies en oordeelde dat de perceelsgedeelten als reserveruimte voor het hoogspanningsstation een reële waarde hebben, mede door de mogelijkheid tot alternatieve aanwending.
Verder stelde de rechtbank vast dat er geen sprake is van belastingschade en bepaalde zij de rente over het verschil tussen voorschot en definitieve schadeloosstelling op 1% samengesteld per jaar. De provincie werd veroordeeld tot betaling van de schadeloosstelling, rente, kosten van deskundigen en rechtsbijstand van Transportnet. Tevens werd het aanbod tot hervestiging van het zakelijk recht door de provincie opgelegd.
Ten slotte wees de rechtbank het AD/Rotterdams Dagblad aan voor publicatie van het vonnis na onherroepelijkheid.