ECLI:NL:RBDHA:2024:6927
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- M.M. Vollebregt - Kuipers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, diende op 3 oktober 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 5 maart 2024 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
Op 11 april 2024 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met het beroep. Omdat de rechtbank op die datum al uitspraak heeft gedaan op het beroep (zaaknummer NL24.10102), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 30 april 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.