ECLI:NL:RBDHA:2024:6936
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling en schorsing terugkeerbesluit
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit houdende persoon die sinds circa 2009 in Nederland verblijft en een Nederlandse dochter heeft, verzocht om een verblijfsvergunning voor medische behandeling en om opheffing van een tienjarig inreisverbod. Dit verzoek werd afgewezen omdat Nederland niet het meest aangewezen land is voor zijn behandeling en verzoeker niet voldeed aan paspoort-, middelen- en openbare ordevereisten.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting en schorsing van het terugkeerbesluit te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang had, mede omdat feitelijke uitzetting nog niet mogelijk was vanwege ontbrekende reisdocumenten en medische voorwaarden.
Daarnaast werd het bestreden besluit niet als evident onrechtmatig beoordeeld. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat medische zorg in Marokko voor hem feitelijk onbereikbaar is. Ook andere aangevoerde gronden, zoals het familieleven en openbare orde, boden geen aanleiding tot schorsing.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoeker uitviel en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het bestreden besluit.