ECLI:NL:RBDHA:2024:6939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank Den Haag heeft op 7 mei 2024 uitspraak gedaan in de zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om hem per 12 oktober 2023 te plaatsen in een Handhaving- en toezichtlocatie (HTL) en tegen de vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Eiser gebruikte op 9 oktober 2023 verbaal en fysiek geweld tegen medewerkers van het COa en IBT, waarbij letsel werd toegebracht aan een medewerker. Dit incident leidde tot zijn arrestatie en vormde de grondslag voor het plaatsingsbesluit. De rechtbank oordeelt dat het besluit van verweerder 1 voldoende is gemotiveerd en dat het gedrag van eiser een maatregel in de HTL rechtvaardigt.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is vastgesteld dat plaatsing in de HTL geen vrijheidsontneming inhoudt, mede omdat eiser de locatie voortijdig kan verlaten. De beroepsgronden van eiser, waaronder de stelling dat plaatsing een vrijheidsontneming is en dat sprake zou zijn van onrechtmatige fouilleringen, worden verworpen. Ook de stelling dat het risico op plaatsing in een ROV-kamer vrijheidsontneming zou veroorzaken, faalt omdat eiser niet in een ROV-kamer is geplaatst.
Gelet op het ongegrond verklaren van het beroep tegen het plaatsingsbesluit, wordt ook het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond verklaard. De rechtbank kent geen schadevergoeding toe en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond.