ECLI:NL:RBDHA:2024:6960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris in proceskosten wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 mei 2022. De staatssecretaris heeft uiteindelijk bij besluit van 30 oktober 2023 de asielaanvraag ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van een beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, op verzoek van de indiener het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de staatssecretaris niet binnen de termijn heeft beslist en alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen, wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte karakter van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.