Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese jongvolwassene, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland met als verblijfsdoel familie en gezin bij zijn biologische vader (referent). Na een initiële afwijzing in juni 2022 wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie, werd na nader onderzoek de identiteit wel erkend, maar de familierechtelijke relatie niet aannemelijk geacht. Verweerder stelde dat eiser niet viel onder het jongvolwassenenbeleid en dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestond.
Eiser voerde aan dat verweerder onjuist het toetsingskader hanteerde en onvoldoende rekening hield met bijzondere omstandigheden, waaronder een eerdere aanvraag in 2016 en een verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank oordeelde dat het juiste toetsingskader is toegepast en dat de bijzondere omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd. Ook was DNA-onderzoek niet verplicht omdat een positief resultaat de belangenafweging niet zou veranderen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de cumulatieve vereisten van het jongvolwassenenbeleid, met name vanwege tegenstrijdige verklaringen over samenwoning en onvoldoende bewijs van afhankelijkheid. De belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.