ECLI:NL:RBDHA:2024:6981
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, een Kazachse nationaliteit houdende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van de Dublin-verordening Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag al uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.13732), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Gezien deze omstandigheden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en de hoofdzaak reeds is beslist.