ECLI:NL:RBDHA:2024:6992
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht tijdelijke bescherming Oekraïense eisers wegens vertrek voor peildatum
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van twee Oekraïense eisers die zich beroepen op tijdelijke bescherming op grond van de EU-Richtlijn 2001/55/EG vanwege de militaire invasie van Oekraïne. Verweerder had hen geweigerd verblijfsrecht te verlenen omdat zij het grondgebied van Oekraïne al voor de peildatum 27 november 2021 hadden verlaten, waardoor zij niet onder de doelgroep van de Richtlijn vallen.
Eisers stelden dat zij slechts tijdelijk in Polen verbleven en dat eiseres na de peildatum in september 2022 nog in Oekraïne was voor familiebezoek, wat volgens hen recht geeft op bescherming. De rechtbank oordeelde dat een kort familiebezoek niet leidt tot het verkrijgen van de status van ontheemde volgens de Richtlijn, zeker niet als zij op de peildatum al langdurig buiten Oekraïne verbleven.
De rechtbank vond dat verweerder het evenredigheidsbeginsel niet heeft geschonden, omdat eisers nooit rechten aan de Richtlijn konden ontlenen. Ook was er geen schending van de hoorplicht, omdat het voor verweerder duidelijk was dat eisers niet tot de doelgroep behoorden. De voorlopige voorzieningen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de bodemzaak reeds was beslist.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eisers ongegrond en wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.