Uitspraak
1.ECLI:EU:C:2014:1320.
Bewaringsgronden
Lichter middel
Tolk
2.ECLI:NL:RVS:2022:3269.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 oktober 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser en deze bij besluit van 18 april 2024 verlengd met maximaal twaalf maanden. Eiser stelde beroep in tegen deze verlenging en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft beoordeeld of de staatssecretaris voldeed aan de voorwaarden voor verlenging, waaronder het bestaan van voldoende gronden, de proportionaliteit van de maatregel en het zicht op uitzetting naar Marokko. Eiser voerde aan dat hij niet meewerkte aan uitzetting vanwege het ontbreken van documenten en contact met de Marokkaanse autoriteiten, en dat er geen zicht op uitzetting zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting, mede doordat een aangevraagde laissez-passer nog niet is afgegeven en eiser geen documenten kon overleggen. Tevens is volgens de rechtbank het zicht op uitzetting aanwezig, gelet op eerdere jurisprudentie en de verwachting dat de Marokkaanse autoriteiten de aanvraag alsnog zullen behandelen.
Verder stelde eiser dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn vanwege zijn medische en psychische klachten, maar de rechtbank vond dat de gronden voor bewaring nog steeds van toepassing zijn en dat medische zorg in detentie adequaat is. Ook klachten over het ontbreken van een tolk bij vertrekgesprekken konden niet worden meegenomen omdat het beroep zich beperkt tot het verlengingsbesluit.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.