Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Poolse nationaliteit, werd op 23 april 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 18 maart 2024 waarin werd vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf had, maar dit bezwaar was niet tijdig ingediend. De wettelijke termijn voor bezwaar was vier weken, tot uiterlijk 16 april 2024.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig indienen van het bezwaar betekent dat de werking van het besluit niet wordt opgeschort, waardoor eiser geen rechtmatig verblijf had gedurende de bezwaarprocedure. De maatregel van bewaring was daarom terecht opgelegd en niet onrechtmatig. Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en ziet zij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier W. van Loon, en openbaar gemaakt op 8 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.