ECLI:NL:RBDHA:2024:7036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht naar Duitsland
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen haar voorgenomen feitelijke overdracht naar Duitsland op grond van de Dublinverordening en verzocht om een voorlopige voorziening. De staatssecretaris stelde het asielverzoek buiten behandeling en kondigde de overdracht aan voor 24 april 2024.
De voorzieningenrechter overwoog dat de overdracht een gefaciliteerd vertrek betreft, waarbij verzoekster niet gedwongen wordt uitgezet als zij niet meewerkt. Hierdoor is er geen sprake van onverwijlde spoed en ontbreekt het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Hoewel verzoekster vreest voor toekomstige gedwongen uitzetting of bewaring, kan de voorzieningenrechter niet vooruitlopen op mogelijke toekomstige besluiten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht naar Duitsland wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.